|
Klik hier voor project Lodwar
Klik hier voor project Brazilië
Een indruk over Lodwar en zijn bewoners in het
bijzonder de kinderen.
Lodwar is de grootste plaats in het district Turkana. Dit
district is met een oppervlakte van 72 000 vierkante kilometer twee
keer zo groot als Nederland. In het westen wordt Turkana begrensd
door Uganda, in het noorden door Soedan en Ethiopië en in het oosten
door het Turkana meer. Turkana is een uitgestrekt en onherbergzaam
gebied. De journalist Negley Farson noemde het district treffend een
plek die zo dicht bij de hel ligt, als je op aarde maar kunt komen.
In Turkana schijnt de zon onverbiddelijk, de temperatuur ligt
meestal tussen 34 en 38 graden Celsius in de schaduw, als er al
schaduw te vinden is. Regen is er zelfs in de regentijd nauwelijks,
soms valt er niet meer dan een enkele stevige bui per jaar. De hitte
zou ondragelijk zijn als er niet altijd een stevige wind stond.
Het spreekt voor zich dat de traditioneel levende Turkana
voortdurend rondtrokken en een deel van hun nog steeds rondtrekken
opzoek naar water en voedsel voor zichzelf en voor hun vee. Om
geschikt gras voor bijvoorbeeld een kudde ezels te vinden moeten ze
soms wel drie weken lopen. Zij trekken zonodig rond zonder voedsel
met enkel water bij de hand. Land en tuinbouw zijn in Turkana niet
mogelijk, behalve hier en daar langs de seizoensrivieren zolang deze
niet helemaal droog staan. Zonder de voedselhulp van de Wereld
Voedsel Organisatie zouden veel mensen van de honger omkomen. Maar
ook met deze voedselhulp die bestaat uit maïs, bruine bonen,
gedroogde erwten en maïsmeel ligt de gemiddelde levensverwachting
niet boven de 45 jaar.
Heel wat mensen beschikken niet meer over wat vee en hebben dus
ook geen reden nog rond te trekken. Zij vestigen zich in dorpen en
in de stad Lodwar. Het grootste deel van Lodwar is net als de
buitengebieden niemands bezit . Iedereen kan er voor langere of
kortere tijd een nomadenhut neer zetten. Deze mensen zoeken bronnen
van inkomsten, maar in Turkana zijn de mogelijkheden zeer beperkt,
want een industrie is er niet. U begrijpt deze mensen hebben ook
geen geld om een schoolopleiding te volgen. Lodwar een plaats met
ongeveer 30.000 inwoners telt vele honderden winkeltjes en honderden
straatverkopers, die allemaal min of meer hetzelfde verkopen. Zij
kopen hun waren zelf vaak in gewone winkels in Kisumu , omdat ze bij
de regionale groothandel niet welkom zijn.
Onder de Turkana is het aantal eenoudergezinnen hoog. Veel ouders
sterven op jonge leeftijd aan Aids of aan een andere ziekte. Anderen
komen om bij een conflict of een veeroof. Daarnaast zijn scheidingen
schering en inslag , naar schatting 40%. De redenen voor
echtscheiding zijn legio: alcoholmisbruik, ernstige echtelijke
conflicten, de veel voorkomende vrouwen -en kindermishandeling,
conflicten tussen de verschillende vrouwen van een man enz.
Misschien mogen we constateren dat liefde niet gemakkelijk stand
houdt in extreme armoede. Zolang het echtpaar niet officieel gehuwd
is en de man niet voor de kinderen heeft betaald met vee, zijn de
kinderen het eigendom van familie van de vrouw. Als de vrouw echter
een nieuwe man vindt, zal deze haar kinderen er meestal niet bij
willen nemen, zeker niet als de eigenlijke vader nog leeft. Hij zal
misschien tijdelijk sympathie voor de kinderen voorwenden om de
liefde van de vrouw te winnen, maar op de lange termijn houden de
mannen meestal niet van hun stiefkinderen. Zij wijzen de kinderen
van een andere man af, omdat zij nooit zeggenschap over deze
kinderen zullen krijgen en niet op de zorg van deze kinderen zullen
kunnen rekenen als zij oud zijn. Dat lijkt hard, maar is
begrijpelijk als je bedenkt dat Kenia bijna geen
oudedagsvoorzieningen kent, en oude mensen van hun kinderen en
kleinkinderen afhankelijk zijn. Ondanks de grote moeilijkheden,
houden alleenstaande moeders hun kinderen meestal bij zich, terwijl
zij in economisch opzicht het slechtst zijn toegerust voor hun
opvoeding. Meestal kunnen zij de kosten voor school niet opbrengen.
Het onderwijssysteem van Kenia is sowieso te duur voor de meeste
Turkana. Het onderwijs voor de lagere school is wel gratis maar de
kinderen moeten verplicht een schooluniform dragen dat door de
ouders betaald moet worden en ook boeken, schriften en
schrijfmateriaal komen voor rekening van de ouders, terwijl dit in
verhouding tot het inkomen extreem dure producten zijn.
Voor nogal wat kinderen is het zo moeilijk om in hun familie te
functioneren, dat zij voor een leven op straat kiezen. Een kind met
een stiefvader is zoals gezegd zelden geliefd bij de nieuwe vader en
kan door hem als een slaafje worden gebruikt om alle vervelende
klusjes op te knappen. Het kind kan zich onwelkom voelen doordat de
nieuwe vader of moeder het eigenlijk liever kwijt dan rijk is. Hij
of zij kan gemakkelijk het slachtoffer worden van ernstige
kindermishandeling, zeker als de ouders ook nog alcohol problemen
hebben. Veel van de kinderen die hun ouders verloren hebben of niet
meer bij hen kunnen verblijven, vinden onderdak bij wat de “extended
family” wordt genoemd: ooms, tantes, opa’s , oma’s, oudere broers of
zussen, maar vaak is er dan geen geld voor kleding en onderwijs.
Jongens worden ingezet om het vee te hoeden. Meisjes worden niet
zelden de onbetaalde huishoudsters van het nieuwe gezin, waarin ze
van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat keihard moeten werken.
Sommige kinderen lopen weg, en andere kinderen worden soms zonder
pardon op straat gezet.
De straten van Lodwar zijn de hele dag en avond bevolkt met
kinderen. De meeste straatkinderen van Lodwar vallen onder wat
Unicef ‘de kinderen op de straat’ noemt. Dit zijn er in Lodwar
gemiddeld 120 tot 150. Het grootste probleem van deze kinderen is de
armoede thuis. Deze kinderen verlaten hun huis ’smorgens om 0500 uur
en blijven dan op straat, totdat om 0300 uur ’s nachts de bussen
naar Kitale of Lokichoggio zijn vertrokken. Deze kinderen slapen
regelmatig zomaar ergens op straat of in de beschutting van een
huis, maar zij hebben een woning een thuis waarnaar zij terug kunnen
keren. Op straat proberen zij geld te verdienen met de verkoop van
bananen en gekookte eieren, tassen en manden van palmboombladeren.
Omdat deze kinderen zich goed schoonhouden is het eenvoudig voor hun
dit soort werk te vinden. Overigens komen wel veel zakkenrollers in
deze groep kinderen voor.
Maar een klein deel van de straatkinderen- in Lodwar , gemiddeld
40, is 24 uur per dag straatkind. Deze 24 uurs straatkinderen worden
door Unicef “de kinderen van de straat “ genoemd. Zij hebben geen
andere plek om te slapen dan de straat. Deze kinderen kunnen niet
aan voedsel komen, want voedsel wordt alleen aan kinderen gegeven
via hun ouders of verzorgers. Overdag hangen deze kinderen dan ook
meestal rond bij eethuisjes. Daar kunnen ze af en toe wat klusjes
doen en in ruil daarvoor krijgen zij dan de etensresten van de
borden. Ze wassen er af voor een stuk fruit. Ook vragen ze geld of
eten aan de klanten en passanten. De “kinderen van de straat” wassen
zich vrijwel nooit en ook hun kleren belanden nooit in een sopje ,
omdat er nauwelijks openbaar water is. Water is wel te koop maar
daar moet je geld voor hebben en daar beschikken deze kinderen niet
over. Omdat de” kinderen van de straat” niet schoon zijn, krijgen ze
geen kans om op commissie spulletjes te verkopen. ’s Nachts slapen
deze 24 uurs kinderen achter eethuisjes, op veranda’s, in de nis van
een huis of onder een boom. Een groepje kinderen heeft zelfs een
nest hoog in een boom, onbereikbaar voor de dronken en agressieve
volwassenen die met velen over de straat zwalken zodra het donker
is.
Om te achterhalen welke kinderen de 24-uurskinderen zijn, gaat
een sociaal medewerker van het opvangcentrum “ Nadirkonyen “ van
Fr.Wennekes ’s nachts tussen 03.00 uur en 05.00 uur de straat op. De
sociaal werker legt elke week contact met de kinderen en na enige
tijd weet hij precies welke kinderen hij altijd aantreft en welke
maar af en toe. Het leggen van contact met deze kinderen valt niet
mee. Zij zijn vaak mishandeld, bijvoorbeeld door de politie, vaak
zijn zij ook misbruikt en ze vertrouwen niemand meer. Na een tijdje
bezoekt de medewerker de kinderen ook overdag, geeft hen een
uitnodigingskaartje waarop hij hun naam schrijft. Met dit kaartje
kunnen de kinderen aan de poort van het centrum verschijnen. Het is
de nadrukkelijke bedoeling dat de kinderen niet worden meegenomen
maar op eigen kracht komen, zodat het centrum Nadirkonyen zeker is
van hun motivatie.
Een kind dat van straat komt, krijgt in het centrum eerst de
gelegenheid zich goed te wassen. Zijn kleren worden verbrand i.v.m.
het ongedierte en ook omdat ze meestal van ellende uit elkaar vallen.
Soms is er een medische behandeling nodig omdat het kind ziek
aankomt. Veel straatkinderen hebben huidziekten. Het kind moet
wennen aan een dagritme zoals dat voor alle schoolgaande kinderen
geldt. Dat is voor velen een hele opgave, vooral als kinderen
langere tijd op straat hebben geleefd. Nadirkonyen biedt de kinderen
een volledig dagprogramma aan. De kinderen krijgen verdeeld over
meerdere groepen les in de ochtenduren en gedurende een deel van de
middag. Het gaat hier niet om een erkende school en ook niet om
gediplomeerde leerkrachten, maar de kwaliteit van het onderwijs is
hoog genoeg om ervoor te zorgen dat de kinderen bijblijven en in een
later stadium op een gewone school ingevoegd kunnen worden. Ook de
vrije tijd van de kinderen wordt actief ingevuld met sport en muziek.
Na enkele maanden van aanpassing worden voor alle kinderen erkende
scholen gezocht in Lodwar en de directe omgeving. Onderwijs op de
lagere school is gratis , wat wel betaalt moet worden is een
schooluniform, schoolbenodigdheden, zoals boeken ,schrijfgerei enz.
vaak gaan kinderen ook naar kostscholen en dan moet natuurlijk ook
het voedsel etc. betaald worden.
Momenteel heeft het centrum de zorg over 286 kinderen : 77
kinderen in het centrum, 173 kinderen op een basis school, 27
kinderen op een middelbare school en 9 op een college. De staf van
het centrum bestaat uit 18 medewerkers mannen en vrouwen waaronder
onderwijzers, ziekenverzorgers, een kleermaker een nachtwaker en een
administrateur.
Bron: Frater Wennekes
Klik hier om naar boven te gaan
Sojaboeren in Brazilië - Wie
kent hun persoonlijke verhaal?
Vastenaktie legt in 2009 samen met u het accent op de omgang tussen
mensen, op respect
voor elkaar. In grote delen van het Amazonewoud in Brazilië worden
sinds de komst van
gigantische sojaplantages helaas vele mensen niet in hun waarde
gelaten. De kleine boeren
en inheemse bevolkingsgroepen worden hier zonder enig respect van
hun land gejaagd of
gedwongen te leven onder barre omstandigheden. Vastenaktie vraagt in
het bijzonder uw
aandacht voor de Braziliaanse provincie Pará. Pará is de op een na
grootste deelstaat van
Brazilië en beslaat maar liefst dertig keer de oppervlakte van
Nederland.
De Braziliaanse
bodem is rijk aan grondstoffen: in Pará zorgt de winning van
mineralen als goud en bauxiet
voor inkomsten.
Naast deze natuurlijke hulpbronnen behoren
kleinschalige akkerbouw, zoals
rijst, maïs en bonen, en het verzamelen van bosproducten tot de
bestaanszekerheden van
de inheemse bevolking. Deze zekerheden worden echter steeds meer
overschaduwd door
de aanplant van soja: namen vroeger de Verenigde Staten het
voortouw, Brazilië en
Argentinië zijn op dit moment de twee landen die wereldwijd de
meeste soja exporteren.
Helaas profiteert de lokale inheemse bevolking van Pará nauwelijks
van deze
ontwikkelingen Deze boerenfamilies en hun kleine landbouwbedrijfjes
worden op
onrechtmatige wijze door sojaproducenten in hun eigen leefomgeving
in het nauw gedreven.
Vastenaktie wil samen met u deze medemensen helpen door de
misstanden aan de kaak te
stellen en samen de eerste stappen te zetten naar een verantwoorde
sojaketen.
Soja: een veelzijdig product!
Het hoge gehalte aan eiwitten heeft de sojaboon in grote delen van
de wereld tot een
onmisbaar voedingsproduct gemaakt. De olie die eruit wordt gewonnen
bevat bovendien
waardevolle vetzuren en is een bron van vitamine E. Sojaolie is
daarom terug te vindem in tal
van margarines, oliën en sauzen. De boon leent zich echter bijzonder
goed als basis voor
nog veel meer producten. Want vergeet niet dat in maar liefst zestig
procent van al onze
supermarktproducten soja zit verwerkt! In de eerste plaats komen we
via het eten van
dierlijke producten in aanraking met de peulvrucht. Het zeer
eiwitreijke soja is namelijk sinds
de jaren negentig - de gekkekoeienziekte zorgde toen voor een verbod
op beendermeel -
een belangrijk ingrediënt van veevoer. Maar ook voor bijvoorbeeld de
productie van koekjes
en broo (soiameel), suikergoed en desserts wordt de sojaboon
veelvuldig als grondstof
gebruikt. De laatste jaren kent zij tevens een nieuwe toepassing.
Zoals u wellicht weet wordt
sojaolie in Brazilië de laatste tijd als grondstof voor biobrandstof
('biodiesel') gebruikt.
Kleurrijk ecosysteem ernstig bedreigd.
De grootschalige verbouwing van soja heeft de afgelopen decennia
haar sporen
achtergelaten in de savannes in het midden van Brazilië, maar rukt
ook in het
Amazonegebied op. De omvangrijke, ongecontroleerde houtkap
voorafgaand aan de aanleg
van soja- en andere plantages en wegen heeft grote stukken tropisch
regenwoud doen
verdwijnen. De biodiversiteit staat hierdoor onder grote druk: van
de in totaal ongeveer vijf
miljoen verschillende planten, zoogdieren, reptielen en vissen,
worden talloze met uitsterven
bedreigd. Bovendien leiden de ontbossing en milieuonvriendelijke
technieken voor
landbewerking tot erosie. Gebruik van bestrijdingsmiddelen leidt tot
vervuiling van bodem en
water. Deze grootschalige verstoring van het ecosysteem heeft
dramatische gevolgen voor
mens en natuur en is mogelijk doordat de Braziliaanse regering - die
graag haar
internationale handelspositie in de sojasector wil verstevigen -
illegale houtkap oogluikend
toestaat. Ongeveer tachtig procent van de houtkap in Brazilië vindt
illegaal plaats. Voor de
kap worden bulldozers gebruikt, die de bossen omverhalen. De
kolossale voertuigen maken
op hun beurt de weg vrij voor 40-tons vrachtwagens die onafgebroken
en in groten getale af
en aan rijden om het hout, soja en andere producten te vervoeren.
Ook de toepassing van genetisch gemanipuleerde soja verstoort het
ecosysteem. Men kan
pesticiden gebruiken zonder dat de soja hier hinder van ondervindt,
totdat echter ook het
onkruid resistent is geworden tegen het bestrijdingsmiddel. Op dat
moment moeten sterkere
middelen worden ingezet die op den duur de grond onvruchtbaar maken.
Uitwijken naar
nieuw land is dan de enige oplossing. Deze vicieuze cirkel betekent
een enorme aanslag op
natuur en landschap. Niet alleen de ontbossing neemt hierdoor verder
toe ook het
drinkwater raakt geïnfecteerd door de grote hoeveelheid pesticiden
die in de bodem zakken
en weglekken naar de rivieren.
De 65-jarige lerares en boerin Dona Raimunda ontdekte de vervuiling
van de rivier toen de
maniok die ze verbouwde doodging en het vee en de kinderen ziek
werden. Zoiets was nog
nooit voorgekomen. Mijn kleinkinderen en ik zijn afhankelijk van dit
stuk land. Maar dankzij
Comissão Pastoral da Terra heb ik de hoop om te vechten niet
verloren. Net als vele andere
kleine boeren loopt zij het risico in de toekomst ingesloten te
worden door gigantische
sojaplantages. Sojaplantages die in het gebied waar zij woont nieuwe
plantages willen
beginnen, vallen haar voortdurend lastig met beweringen dat haar
land hen toehoort.
Gelukkig is haar een advocaat toegewezen door de kerkelijke
hulporganisaties in Pará,
organisaties die Vastenaktie samen met u van harte steunt!
Plattelandsvlucht eindigt in sloppenwijk
In Pará zijn sommige lokale gemeenschappen meer dan zeventig procent
in omvang
afgenomen door het afstaan van land aan grootgrondbezitters tegen
minimale vergoedingen.
Boerenfamilies worden vaak bedrogen wanneer zij hun land verkopen of
de grond wordt op
een gewelddadige wijze toegeëigend. De wet schrijft wel voor dat de
oorspronkelijke
bewoners compensatie moeten krijgen voor de inname van land, maar
deze vergoeding blijft
door dreigementen vaak zo minimaal dat zij nauwelijks bijdraagt aan
het levensonderhoud.
De kleine boerenfamilies, die afhankelijk zijn van kleinschalige
akkerbouw worden hierdoor
volledig in de verdrukking gebracht. De Braziliaanse overheid werkt
ondertussen met halve
maatregelen Ze wijst de gedupeerde bevolking wel nieuwe percelen
toe, maar deze zijn
vaak te klein en, omdat ze ingeklemd zitten tussen de gigantische
plantages moeilijk te
bewerken. Het gevolg is dat landarbeiders en kleine boeren met hun
families naar stedelijke
gebieden trekken op zoek naar nieuwe bronnen van inkomsten. Omdat
hier voor de
laag geschoolde plattelanders nauwelijks werk is, eindigt deze
plattelandsvlucht vrijwel altijd
in een van de sloppenwijken rond de grote steden.
Van uitbuiting to slavernij
De komst van de grote sojaplantages heeft in Para niet tot extra
werkgelegenheid geleid.
Sterker nog, zij leidt tot een nog altijd toenemend verlies van
lokale werkgelegenheid en
voedselzekerheid: de soja wordt immers voor de export geproduceerd.
De lokale bevolking
die wel voor deze bedrijven werkt, doet dit vaak onder inhumane
werkomstandigheden. Voor
de ontginning van nieuwe plantages zijn veel arbeiders nodig.
Sommigen worden
gedwongen zeven dagen per week, tien uur per dag, te werken. Zij
leven in barakken met
daken van plastic folie zonder sanitaire voorzieningen en slecht
drinkwater. Daarnaast
worden ook nog eens voedsel en kleding ingehouden op het loon,
waardoor de arbeiders
zelfs in het krijt komen te staan bij hun werkgevers.
Duurzame alternatieven winnen terrein
Vastenaktie is vorig jaar een samenwerking gestart met de kerkelijke
partnerorganisatie
Comissão Pastoral da Terra in Pará om de sojaproductie in en rond
het Amazonegebied
duidelijk op de kaart te zetten. Zowel in het land zelf als
wereldwijd is het van groot belang
onwetendheid omtrent de genoemde misstanden weg te nemen. Dit
gebeurt door middel van
gestructureerd en objectief onderzoek naar de sojaplantages in Pará
en communicatie met
verschillende media om de problemen kenbaar te maken. Ook u kunt uw
steentje bijdragen
aan een beter leefklimaat voor mens en dier in en rond het
Amazonegebied in Brazilië.
Met uw inzet voor Vastenaktie kunnen onze partnerorganisaties
economische alternatieven
ontwikkelen die de lokale boeren in staat stelt hun
landbouwwerkzaamheden voort te zetten.
Zij worden daartoe getraind in agrarische ecologie, management,
gender en commerciële
vaardigheden Ook organische landbouwprojecten vormen een van de
prioriteiten. Hierbij
leren de boeren biologische bestrijdingsmiddelen te gebruiken en
gewasrotatie toe te
passen. Dankzij deze nieuwe land bewerkingstechnieken leren de boeren
hun grond efficiënt en duurzaam te bewerken.
Alleen eerlijke soja heeft de toekomst
Met uw steun wordt getracht de overheid en lokale instanties onder
druk te zetten om
plantagehouders te weerhouden de sojateelt verder uit te breiden,
tenzij dit gebeurt op reeds
ontbost terrein. Daarnaast dienen bepaalde gebieden beschermd te
worden ten behoeve van
de lokale bevolkingsgroepen en waar zij via landbouw en het
verzamelen van bosproducten
zich kunnen voorzien van voedsel en een basisinkomen. Op deze manier
worden de kleine
boeren niet stelselmatig opgeslokt door de grote bedrijven. Om het
regenwoud te
beschermen tegen verdere verstoring van het ecosysteem, zou de
bestaande
milieuwetgeving moeten worden nageleefd en officiële
natuurreservaten worden ingesteld.
Tot slot is het van belang erop aan te dringen dat zowel de
exporteurs in Brazilië als de
importeurs hier in Nederland lokale wetgeving op het gebied van
landbezit en arbeidsrechten
respecteren. Want van alle soja die in Brazilië wordt verbouwd,
wordt maar liefst een vijfde
deel geëxporteerd naar Nederland! leder jaar verdwijnen hiertoe
honderden vierkante
kilometers oerwoud uit het Amazonegebied. Deze gegevens sterken ons
in de wil om
internationaal gehoor te geven aan de verbetering van de leef- en
arbeidsomstandigheden
van boerenfamilies in Brazilië. Door te streven naar eerlijke
handelsovereenkomsten die ten
goede komen aan mens en milieu krijgt soja weer een duurzame
toekomst, en kunnen wij
weer genieten van een eerlijk stuk vlees(vervanger), koekje of glas
melk!
Geef hen iets van blijvende waarde
In deze beschrijving las u hoe mensen zelf kiezen voor en willen
werken aan een duurzame
toekomst. Daarmee zijn zij voor ons een bron van inspiratie. De
toekomst delen we immers
samen. En door uw keuze om dit project te ondersteunen tijdens de
vastentijd, kiest u ervoor
ook te delen in inzet. Samen maken we er meer van. Klik
hier om naar boven te gaan
|